Verlichtings ABCverlichting

Armatuur

Apparaat voor het verdelen, filteren of vervormen van het licht dat wordt voortgebracht door een of meer lampen en dat alle componenten bevat die noodzakelijk zijn voor het bevestigen en beschermen van de lampen en voor aansluiting ervan aan de voedingsspanning.

  1. Belemmerende verblinding
  2. Verblinding die het zicht belemmert.
  3. Bewegingsdetectie

Bij het regelen van de verlichting in een specifieke ruimte verzekert het detecteren van aanwezigheid door bewegingsdetectie dat het licht alleen wordt ingeschakeld als dat nodig is. 

Bundelspreiding

De hoek in het vlak door de bundelas waarover de lichtsterkte afneemt tot een gegeven percentage (bijv. 50%) van zijn pieksterkte. 

Candela

De standaard eenheid van lichtsterkte, afgekort als `cd', zijnde 1 lumen per steradiaal.
Contrast C (tussen twee delen van een zichtbaar gebied)
Het relevante luminantieverschil van deze delen volgens de formule: 

C = L1 - L2

Waarin de afmetingen van de twee delen aanzienlijk verschillen en: 

L1 = Luminantie van het kleinste deel (het voorwerp)
L2 = Luminantie van het grootste deel (de achtergrond). 

DALI

Digital Addressable Lighting Interface, een gestandaardiseerd communicatie-interface voor het regelen van verlichtingsniveau en het in- en uitschakelen van elektronische HFD-VSA's.

Daglichtkoppeling

Natuurlijk licht is energiebesparend en heilzaam voor individuele gebruikers. Daglichtkoppeling is een techniek die de lichtopbrengst regelt afhankelijk van de daglichtomstandigheden, en tegelijk altijd een constant niveau van binnenverlichting handhaaft en comfort verzekert.

Directe verlichting

Verlichting door middel van armaturen met een zodanige lichtverdeling dat 90 - 100 % van de uitgestraalde lichtstroom direct op het werkvlak valt, aangenomen dat dit vlak onbegrensd is.

Gemiddelde verlichtingssterkte

Verlichtingssterkte gemiddeld over een gespecificeerde oppervlakte. 

Eenheid: Lux (lx) = lm/m
Symbool: E av 

Halogeenlamp

Gloeilamp waarin de aanwezigheid van halogenen in de gasvulling en een hoge-temperatuur kwartsbuis de wolfraam-halogeencyclus bevorderen, wat een hogere temperatuur van de gloeidraad mogelijk maakt. Het resultaat is een hogere kleurtemperatuur en een aanzienlijk langere levensduur. 

Halogeenlampen worden vaak toegepast voor het creëren van sprankelende verlichtingseffecten.

Halogeen HV

Hoogspannings- (230 V) halogeenlamp.

Halogeen LV

Laagspannings- (veiligheid, 6 V, 12 V of 24 V) halogeenlamp. Het laten werken van laagspanningshalogeenlampen vereist een elektronische of elektromagnetische transformator die vaak wordt geïntegreerd in een specifieke armatuur.

Helderheid

Kenmerk van de visuele waarneming dat een oppervlak min of meer licht lijkt uit te stralen.
Volgens de definitie is helderheid ook een kenmerk van kleur. In de Engelse aanbevelingen wordt de term `Brightness nu gereserveerd om de` helderheid` van een kleur aan te duiden. Voor alle andere situaties dient `Luminosity` te worden gebruikt.

HFB

Elektronisch VSA voor TL-D-lampen met koude-startprincipe. Zie ook `Specificatiegegevens voor armaturen`.

HFD

Elektronisch dimbaar VSA waarmee dimmen mogelijk is. Het VSA werkt volgens het DALI-protocol.

HFP

Elektronisch VSA voor diverse typen fluorescentielamp met warme-startprincipe. Zie ook ’64.1 Specificatiegegevens voor armaturen’. (link naar Vademecum)

HFR

Elektronisch VSA voor diverse typen fluorescentielampen waarmee verlichtingsregeling mogelijk is. De belangrijkste reeksen HFR VSA's maken traploos dimmen tot 3% mogelijk. Zie ook `Specificatiegegevens voor armaturen`.

Horizontale verlichtingssterkte (E hor )

Verlichtingssterkte op een horizontaal oppervlak. 

  • Eenheid: lux (lx) = lm/m
  • Symbool: E hor

HPI Plus

Metaalhalogeen hogedruk-ontladingslamp die een hoog verlichtingsrendement combineert met wit licht met een gemiddelde kleurweergave. Belangrijkste binnentoepassingen zijn grote fabriekshallen en de verlichting van discountzaken, hyper- en supermarkten en doe-het-zelfzaken. Binnen worden HPI Plus-lampen toegepast in hooghangende armaturen. 

Indirecte verlichting

Verlichting door middel van armaturen met een zodanige lichtverdeling dat niet meer dan 10% van de uitgestraalde lichtstroom het werkvlak direct bereikt, aangenomen dat dit vlak onbegrensd is.

Inductieverlichting QL

Elektrodeloos inductief verlichtingssysteem gekenmerkt door een goede lichtkwaliteit, hoog verlichtingsrendement en een fenomenale levensduur (60.000 uur).

Infrarood afstandsbediening

In kantoren en vergaderkamers waar de verlichtingseisen frequent veranderen, biedt draadloze infrarood afstandsbediening de flexibiliteit om de verlichting op elk gewenst moment in te stellen en aan te passen. 

Kleurtemperatuur

De temperatuur in kelvin van een volledig-spectrumstraler die bij dezelfde helderheid de kleurimpressie van een lichtbron zo dicht mogelijk benadert. 

Voor nadere details zie `64.2 Specificatiegegevens voor lampen'. (link naar Vademecum)

Kleurverandering

De capaciteit om de kleurtemperatuur van een verlichtingsinstallatie te veranderen, biedt de mogelijkheid een comfortabeler werkomgeving te creëren dan wel dynamische verlichtingseffecten te introduceren in de architectuur.

Kleurweergave

Het vermogen van een lichtbron om kleuren natuurgetrouw weer te geven, zonder verstoring van de tint die wordt gezien onder een zwarte volledig-spectrumstraler (zoals daglicht of een gloeilamp). De kleurweergave-index CRI loopt van 0 tot 100. Voor nadere details zie `64.2 Specificatiegegevens voor lampen'

Kleurweergave-index CRI
Zie kleurweergave.

Kwiklampen

Hogedruk-ontladingslampen voor gebruik in de industrie en grote openbare ruimten. Betere lichteigenschappen worden verkregen door toepassing van metaalhalogeenlampen. 

LED

Light Emitting Diode (LED) is een chip die licht geeft. De kern bestaat uit twee halfgeleidende materialen (diodes). Als ze onder spanning worden gezet, komen er lichtdeeltjes (fotonen) vrij. LED licht is niet per definitie wit; integendeel. LED wordt gezien als een nieuwe, revolutionaire lichtbron. 

Lichtsterkte

De lichtstroom in een gegeven richting (bijv. van een floodlight of spot). 

Eenheid: candela (cd) = 1 lumen per steradiaal
Symbool: I

Lichtstroom

De totale lichtopbrengst die wordt uitgestraald door een lichtbron. Ook de totale hoeveelheid licht die op een oppervlak valt. 

De lichtopbrengst van een lichtbron wordt gemeten in lumen. 

Eenheid: lumen
Symbool: F

Lichtterugval

Afname van de lichtopbrengst van een lichtbron tijdens zijn levensduur.

Light Output Ratio (L.O.R.) 

De verhouding tussen de totale hoeveelheid licht die wordt uitgestraald door een armatuur en de totale lichtopbrengst van de lampen die erin branden. 

De lichtopbrengstverhouding is altijd kleiner dan 1.

Luminantie

De lichtintensiteit per vierkante meter schijnbaar oppervlak van de lichtbron, armatuur of verlicht oppervlak (cd/m). Als een oppervlak wordt verlicht, is de luminantie afhankelijk van zowel het verlichtingsniveau als de reflectie-eigenschappen van het oppervlak zelf. 

  • Eenheid: cd/m
  • Symbool: L

Lux

De standaard eenheid van verlichtingssterkte van een oppervlak dat verlicht wordt. Eén lux is één lumen per vierkante meter. 

MASTERcolour CDM

Serie metaalhalogeen-ontladingslampen met uitstekende kleurweergave en een warm witte of neutrale kleurindruk. 

MASTERcolour lampen worden toegepast in spots en downlights in zowel winkels als kantoren.

Metaalhalogeenlampen

Enkel- of dubbelkneeps ontladingslampen voor gebruik in de industrie, openbare ruimten en winkels. 

Metaalhalogeenlampen combineren een natuurlijke witte kleur met een prettig licht en een hoge lichtsterkte. 

Natriumlampen SON

Hogedruk-ontladingslampen met een geelachtige lichtkleur en een uiterst hoog rendement. SON- en SON Comfort-lampen worden hoofdzakelijk toegepast in hooghangende industriële armaturen.

Niet-permanente noodverlichting

Noodverlichting waarvan de noodverlichtingslampen alleen in werking treden als de voeding van de normale verlichting uitvalt. 

OLC

Omnidirectional Luminance Control, een door Philips gepatenteerde serie optieken voor TL5- en TL-D-lampen die een optimaal verlichtingsrendement combineren met uitstekende anti-verblindings- en luminantieregeling rondom de gehele armatuur.

Oncomfortabele verblinding

Verblinding die ongemak veroorzaakt zonder noodzakelijk het zicht te belemmeren.

Permanente noodverlichting

Noodverlichting waarbij de lampen tijdens normaal bedrijf gevoed worden door de netspanning. In een noodsituatie blijft de noodlamp (gewoonlijk één lamp in armaturen met twee of meer lampen) branden. 

PL

Enkelzijdige fluorescentielamp waarin de ontladingsbuis is gevouwen tot twee, vier of zes delen. PL-lampen onderscheiden zich door een ongewoon hoge lichtopbrengst voor hun lengte. Zij worden toegepast in compacte armaturen voor professioneel en huishoudelijk gebruik. 

QL

Zie Inductieverlichting QL. 

Schakelen en dimmen

Aangezien steeds meer lichtbronnen economisch gedimd kunnen worden, moeten lichtregelingen zowel schakel- als dimfuncties kunnen leveren.

SDW-T

Witte SON- of SDW-T-lampen bieden een hoog verlichtingsrendement in combinatie met een warm wit licht. De kleurweergave is uitstekend. SDW-T lampen worden toegepast in winkels en openbare ruimten waar een warme en gezellige sfeer gewenst is.

Service-verlichtingssterkte

Waarde waaronder de gemiddelde verlichtingssterkte op een gegeven oppervlak niet mag dalen. De service-verlichtingssterkte wordt gespecificeerd aan het eind van de service-levensduur, waarbij rekening wordt gehouden met de onderhoudsfactor. Het is een van de belangrijkste specificatiegegevens voor de verlichtingsontwerper. In de verschillende normen wordt de service-verlichtingssterkte gespecificeerd voor diverse activiteiten. 

  • Eenheid: lux
  • Symbool: Em

Starter

Apparaat voor het starten van een ontladingslamp (in het bijzonder een fluorescentielamp). Hij levert de noodzakelijke voorverwarming van de elektroden en/of veroorzaakt een spanningspiek in combinatie met een serie-VSA.

Stofdichte armaturen

Armaturen die zodanig zijn geconstrueerd dat stof van een gegeven aard en fijnheid er niet in kan binnendringen als de armaturen worden gebruikt in een stoffige omgeving.

Straalwaterdichte armaturen

Armaturen die zodanig zijn geconstrueerd dat zij bestand zijn tegen een directe straal vanuit elke willekeurige richting. 

TL5

Lineaire dubbelzijdige fluorescentielamp met een diameter van slechts 16 mm. In combinatie met OLC-optieken en een hoogfrequent VSA levert het TL5-systeem superieure prestaties, zowel lichttechnisch als op het gebied van energieverbruik.

TL-D

Lineaire standaard dubbelzijdige fluorescentielamp met een diameter van 26 mm, leverbaar in een brede reeks. 

Uniformiteitsverhouding (g1 en g2)

De verhouding tussen de minimale en gemiddelde verlichtingssterkte over een gebied (g1). Indien zo gedefinieerd, is de uniformiteitsverhouding de verhouding tussen de minimale en maximale verlichtingssterkte over een gegeven oppervlak (g2). 

Verblinding

Zie Belemmerende verblinding of Oncomfortabele verblinding, en werkplekverlichting (zie elders in site).

Verbruiksfactor (UF)

De verbruiksfactor van een installatie geeft het percentage van lichtstroom van de lamp(en) dat het gedefinieerde werkvlak bereikt. 

De vebruiksfactor kan worden beschouwd als het rendement van de verlichtingsinstallatie en wordt gebruikt om het vereiste aantal armaturen te berekenen. 

Verlichtingsrendement

De hoeveelheid licht die een lichtbron uitstraalt per watt opgenomen elektrische energie. Let erop dat het verlichtingsrendement zowel voor de lamp als voor het systeem (lamp en VSA) gespecificeerd kan worden. Het verlichtingsrendement van het systeem is altijd lager dan dat van de lamp die zich erin bevindt.

Verlichtingssterkte

De dichtheid van de lichtstroom op het te verlichten oppervlak. De eenheid is de lux, zijnde 1 lumen per vierkante meter. 

De verlichtingssterkte in de volle zomerzon is ongeveer 100.000 lux. Aanbevolen verlichtingssterkte voor werkplekken loopt uiteen van 200 lux voor ruw werk tot 2000 lux voor gedetailleerd kritisch werk. 

  • Eenheid: lux (lx) = lm/m
  • Symbool: E

Vermogensfactor

De verhouding tussen het vermogen van het circuit in watt en het product van het kwadratisch gemiddelde van spanning en stroomsterkte.

Voor sinusvormige golven is de factor gelijk aan de cosinus van de faseverschilhoek tussen spanning en stroomsterkte. Voor elektronische VSA's is de vermogensfactor gelijk aan 0,95; er is dus geen extra compensatie nodig.

Verticale verlichtingssterkte (E vert )

Verlichtingssterkte op het verticale oppervlak. 

  • Eenheid: lux (lx) = lm/m
  • Symbool: E vert

Visuele geleiding

De som van de maatregelen die wordt genomen om de gebruiker van een ruimte een ondubbelzinnig en onmiddellijk herkenbaar beeld te geven van de loop van de weg die voor hem ligt. Visuele geleiding is belangrijk in winkels en openbare gebouwen. 

De verlichtingsontwerper neemt de eisen voor visuele geleiding in overweging.

VSA

Apparaat dat bij ontladingslampen wordt gebruikt voor het stabiliseren van de stroomsterkte tijdens de ontlading.

 

Copyright (c) Vakzaak Van der POl BV 2015. All rights violated.
Designed by joomlatd.com